Quasars en Roodverschuiving
Quasars kregen hun naam omdat het quasi sterren zijn.
Het is een punt-lichtbron en deze zend enkel radiogolven uit, later werd duidelijk dat het een heldere lichtbron is die zeer brede frequenties licht uitzend. De straling is zo intens dat het, het licht uitzendt van meer dan een biljoen sterren.
De afstand tot de aarde is zeer groot, waardoor er roodverschuiving optreed.
Dopplereffect
Om roodverschuiving te begrijpen moet je eerst iets afweten van het dopplereffect.
Het Dopplereffect treed op als je je van een bepaald object of naar een bepaalt object toe beweegt.
Als een ambulance je nadert zal het geluid van de sirene hoger zijn, dan wanneer de ambulance je gepasseerd is en van je verwijdert raakt.
Maar je kunt het ook zien, en dat is misschien nog wel een bekender voorbeeld, met golfslag in het water.
Stel je staat bij een plas water, en daar zit een insect op het water die af en toe met zijn poten schudt, wat gebeurt er dan?
Vanaf de positie waar de insect zich bevindt zullen er een reeks concentrische cirkels te zien zijn.
Stel nu dat er aan de ene kant van de plas een toeschouwer A staat en aan de andere kant een toeschouwer B, beide toeschouwers zullen de verstoring (golving) aan de rand van de plas in dezelfde frequentie waarnemen.
De frequentie van de beweging van de insect zal hetzelfde zijn als de frequentie aan de rand van de plas.
Zie afbeelding.

Stel je nu voor dat de insect tijdens het maken van de golf met zijn poot over de plas naar rechts beweegt.
Omdat de insect naar rechts beweegt vindt elke volgende verstoring dichter plaats bij persoon B dan persoon A, en zal dus persoon B eerder bereiken.
Omdat de golven B eerder bereiken zal in punt B de frequentie hoger zijn, dan de frequentie die de insect uitzendt.
In punt A zal de frequentie lager zijn als in de bron (de insect)
Zie afbeelding 2.

Dit is het Dopplereffect, dus het dopplereffect wordt waargenomen als de bron van de golven beweegt ten opzichte van de waarnemer. Door dit effect is er sprake van een opwaartse verschuiving van de frequentie voor de waarnemer naar wie de nadert.
Dit dopplereffect komt voor in watergolven, geluidsgolven maar ook in lichtgolven.
Nu komen we bij de roodverschuiving.
Roodverschuiving
Allereerst gaan we even kijken daar het gehele kleuren spectrum, zie afbeelding 3.

Je ziet hier alle zichtbare frequenties van licht, aan de blauwe kant van het spectrum vind je de kortste golflengtes, aan de rode kant de langste golflengtes.
Nu weer even het dopplereffect, dit stelt dat als de bron van ons weg beweegt, zoals sterren dit doen in het uitdijende heelal. (de bron is in dit geval een lichtbron, een quasar die lichtgolven uitzend)
Dan zal de golflengte van de golven langer zijn.
Er vindt dus een verschuiving plaats naar het rode deel van het spectrum.
Roodverschuiving komt voor als sterren op voldoende afstand van de aarde staan en zich nog verwijderen van de aarde, het gaat hier om afstanden van een paar miljoen lichtjaren.
Het tegenovergestelde van roodverschuiving is de blauwverschuiving, omdat we in een uitdijend heelal leven, is dit minder van toepassen, wel wordt het gebruikt in de astronomie om relatieve beweging vast te stellen.
Een voorbeeld daarvan is de Andromedanevel die beweegt in de richting van ons melkwegstelsel binnen de lokale groep, dus vanaf aarde gezien ondergaat het licht een blauwverschuiving.
Bron: